Een van de meest gestelde vragen die we krijgen: hoeveel fouten mag ik nou maken? Hier is het heldere antwoord.

De puntentelling in het kort

Het theorie-examen bestaat uit 50 vragen en duurt 30 minuten (45 minuten als je recht hebt op extra tijd). Je slaagt als je minimaal 44 van de 50 vragen goed hebt — met andere woorden, je mag maximaal 6 vragen fout hebben.

Waarom dit anders is dan vroeger

Tot voor kort was het examen opgedeeld in drie losse onderdelen — kennis, inzicht en gevaarherkenning — en moest je voor élk onderdeel apart een minimumscore halen. Sinds de vernieuwing van het examen tellen alle 50 vragen gewoon even zwaar mee, ongeacht bij welk onderwerp ze horen.

Dat heeft twee kanten:

  • Voordeel: je kunt een mindere dag op één onderwerp niet meer laten bepalen of je zakt, zolang je totaal maar klopt.
  • Aandachtspunt: je kunt een zwak onderdeel ook niet meer compenseren door op een ander onderdeel heel hoog te scoren. Overal een beetje sterk zijn is dus belangrijker dan ergens uitblinken.

Onze tip: oefen bewust breed — verkeersborden, voorrangssituaties én gevaarherkenning — in plaats van te blijven hangen bij het onderdeel dat je toch al goed afgaat.